Het verhaal van Willemien, over leven en doodgaan

Het verhaal van Willemien, over leven en doodgaan

‘Alles gaat voorbij’
Het verhaal van Willemien, over leven en doodgaan

Verhaal door: Martijn Adelmund, stadsdichter van Wageningen en illustratie van De Maakfabriek

Gezeten aan de keukentafel zet ik de naald in de groef van een ouderwetse grammofoonplaat. Hij
is door Willemien gekozen uit een stapel oud vinyl, die ik heb meegenomen: mijn platencollectie
van vroeger. Het doel was om haar beter te leren kennen, om hiermee het ijs te breken, om niet
alleen maar haar verhaal te halen, maar ook iets van mezelf mee te nemen. Het is ten slotte niet
niks: zomaar iemand binnenlaten om te spreken over je eenzaamheid.
Ze koos de kleurige hoes van nederpop-band Doe maar, en het nummer ‘Alles gaat voorbij’. Ik
stoei wat met de naald, maar vind al snel de juiste stilte, met zacht hoorbaar in de verte nog het
vorige nummer dat zachtjes wegebt.
Dan begint het: “Al doe je nog zo de best / Je kunt niet op tegen de rest / Zij die het beter weten /
Je kunt het wel vergeten / Je verliest het toch.”

Willemien heeft het Manisch-depressief syndroom. ‘Het is zoals suikerziekte,’ zegt ze. ‘Het
beheerst je leven. Dan word je ‘s ochtends wakker en dan voel je je vervelend. Pas als er na het
drinken van een hele pot thee niets is gebeurd, denk ik, fijn. Loos alarm.
Het ligt altijd op de loer. Je kunt de schommelingen in de ziekte bovendien niet objectief meten, dus
ik moet vertrouwen op mijn eigen gevoel.’
Gelukkig heeft ze al 6 jaar geen manische of depressieve episode meer gehad. Dat komt door heel
zorgvuldig leven. ‘Het gaat om een evenwicht tussen draaglast en draagkracht,’ zegt ze. ‘Daar ben
ik de hele tijd mee bezig. Preventief. Ik brei, lees veel, heb fysio-fitness en ontspanningstherapie.’
Ze spreekt beheerst over haar aandoening, ziet er wat kwetsbaar uit, maar ze heeft lachende ogen
en maakt grapjes. Eigenlijk is het net zoals dat nummer van Doe maar, denk ik dan: haar woorden
wegen zwaar, maar de manier waarop ze spreekt is lichtvoetig als een reggae-beat. Het refrein dat
klinkt, dansend: ‘Alles gaat voorbij / Elke droom vervaagt als je je ogen open doet / Je raakt het
kwijt…’

‘Toen je me vroeg voor dit gesprek hebben we het even over eenzaamheid gehad’, zegt ze. ‘Ik
vertelde je toen dat ik niet eenzaam was, maar dat ben ik wel. Ik heb heus wel sociale contacten,
maar die greep die mijn aandoening op mijn leven heeft. Dat is wel heel beperkend. Niemand
vergezelt me daarin. Je moet het toch zelf doen.”
De vereniging Humanitas biedt uitkomst, zegt ze. “Zo’n maatje dat is heel fijn. Die komt dan langs
voor een kop koffie, een gesprek en een wandeling, bijvoorbeeld in het bos. Dat gesprek, daar ben
ik de hele week mee bezig. Vooraf bedenk ik wat ik ga vertellen. Achteraf herkauw ik wat we
gezegd hebben.”
Willemien vindt het fijn als er iemand met haar meeleeft, zich beseft hoe het is om in haar
schoenen te lopen –lichtvoetig en zwaarmoedig tegelijk. Ze geniet zichtbaar van ons gesprek,
ondanks de herrie van bladblazers buiten. De bomen aan het plein waar ze op uitkijkt zijn ziek. Die
horen niet zo bruin te zijn.
“Ik kreeg een tijd geleden te horen dat ik ook uitgezaaide darmkanker heb,” zegt ze terloops.
Het lukt me om niet te laten zien dat ik er hiervan schrik. “Dus er is kans dat je er over een jaar niet
meer bent?”
Ze knikt. “Dat heeft me uiteindelijk weinig gedaan, weet je? Je hoort vaak dat mensen daardoor
psychische klachten krijgen, en in een isolement raken. Ik ben natuurlijk flink geschrokken, maar ik
heb het kunnen accepteren. En dat isolement, dat gevoel dat je iets draagt dat anderen niet
kunnen zien, was al bekend voor mij. Het heeft mij juist een positieve kijk op het leven gegeven: ik
relativeer tegenwoordig veel makkelijker. Wat kan mij eigenlijk nog overkomen? Ik kan alleen nog
maar doodgaan.”
Achteraf pak ik mijn platen. Doe maar verdwijnt in mijn tas.
Alles voorbij.
Dat nummer zal nooit meer hetzelfde klinken.

share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *